In natuurgebieden op de Veluwe en daarbuiten zijn dierensporen vaak goed terug te vinden, ook in de vorm van uitwerpselen. Een duidelijke drol kan helpen om te bepalen welk dier er is geweest.
Bij een vossendrol zijn er een aantal herkenbare kenmerken. Zo heeft deze vaak een gedraaide punt aan het uiteinde en een langwerpige, worstachtige vorm van ongeveer 6 tot 12 centimeter lang. De drol ligt meestal los in het terrein, vaak zelfs opvallend midden op een pad of op een verhoogde plek zoals een molshoop of boomstronk. De inhoud en kleur kunnen variëren afhankelijk van het dieet.
Witte of grijze tinten wijzen vaak op botresten, terwijl donkere varianten juist meer vleesresten bevatten. Regelmatig zijn ook haren, veertjes of insectenresten zichtbaar. Andere dieren laten afwijkende sporen achter: hondendrollen zijn meestal compacter en minder puntig, wolvendrollen zijn aanzienlijk groter en grover, en martersporen zijn juist dunner en sterk gedraaid en vaak dichter bij beschutting te vinden. Zo vertelt zelfs een ogenschijnlijk simpele drol een verhaal over wat er in de natuur gebeurt.




